LEUVEN IN MEI 1940

Lt(R) R.Devadder

Als de Duiters begin september 1939 Polen binnenvallen, zijn ook de grootste optimisten niet meer zo overtuigd dat Belgię aan een nieuwe oorlog kan ontsnappen door een neutrale houding aan te nemen.
Het leger wordt op oorlogsvoet gebracht en telt al gauw maar liefst 600.000 manschappen, goed voor 16 procent van de mannelijke actieve bevolking. Verdedigingswerken worden in een ongezien tempo uitgevoerd, waarbij vooral energie gestoken wordt in een centraal gelegen stelling, gaande van de fortengordel van Antwerpen over Waver naar de Maas in Namen. De KW-linie, waarbij KW staat voor Koningshooikt Waver, moet een herhaling van het Von Schlieffen-plan onmogelijk maken, een maneuver waarbij de Duitse legers door de Vlaamse laagvlakten trekken om de zwak verdedigde Frans-Belgische grens te overschrijden.
De verdedigingslijn van het Albert-kanaal met het Fort van Eben-Emael als sluitstuk moet de nodige respijt verschaffen om geallieerde steun op de KW-linie en aansluitende verdedigingslijnen te verzekeren.

De streek van Leuven wordt in ijltempo voorzien van allerlei verdedigingswerken, waarvan we vandaag nog sommige sporen zien. Langsheen de KW-linie wordt een ijzeren muur van maar liefst 30.000 metalen Cointet-elementen geplaatst. Bijkomend moeten hindernissen zoals de Vaart tussen Leuven en Mechelen, tankgrachten zoals deze van Haacht en inundaties het in Polen zo duidelijk efficiënt gebleken “nieuwe wapen”, de tank, de pas afsnijden. Maar liefst 235 bunkers op de KW-linie moeten het oprukken van de Duitsers verder onmogelijk maken. Bij de Duitse inval op 10 mei trekken Britse en Franse troepen ons land binnen en rukken op naar vooraf geplande stellingen.

De derde Britse Infanteriedivisie onder commando van toenmalig Generaal-Majoor Montgomery krijgt de opdracht de stad Leuven te verdedigen. In de vooravond bereiken de eerste Britten de stad en worden er met opluchting verwelkomd door de Leuvense bevolking. Een samenscholing aan de Tiensepoort trekt de aandacht van Duitse piloten, waarop rond 18u30 een Staffel Stuka’s haar bommen lost in deze buurt. Er vallen maar liefst 101 doden bij de bevolking, waarbij één voltreffer op een garage in de Tiensesteenweg (de huidige fotozaak Vanbergen) tientallen slachtoffers veroorzaakt, passagiers van een bus die er schuilden. Dit drama, slechte herinneringen uit de eerste wereldoorlog en de vaststelling dat de Britten nog meer verdedigingswerken beginnen uit te voeren, zet veel Leuvenaars aan andere oorden op te zoeken. De stad stroomt leeg.

Op 11 mei in de voormiddag nemen Engelse cavalerieregimenten stellingen in ten oosten van Leuven. Later op de dag komen ook infanterieregimenten aan die zich meer op de verdediging van de stad zelf zullen concentreren, waar nog Belgische eenheden van de 10e Infanteriedivisie aanwezig zijn. Duitse vliegtuigen bestoken vooral de wijk rond de Vaartkom met brandbommen, waarbij heel wat grote constructies vernietigd worden, en beschadigen ook gebouwen van het OCMW in de Frederik Lintstraat.


Op 12 mei vindt boven het Leuvense een luchtgevecht plaats tussen drie Britse Hurricanes en een Staffel Stuka’s, waarbij vier Stuka’s neerstorten. De troepen van het 6e Duitse Leger, in de geschiedenisboeken vooral gekend voor haar nederlaag in Stalingrad begin 1943, hebben in twee dagen tijd een behoorlijke afstand afgelegd en geraken al dichtbij Diest.
Op 13 mei beginnen de Britse troepen met het leggen van mijnen, waarbij helaas de eerste slachtoffers zeven Belgische militairen van het 19e Artillerie zijn die niet op de hoogte waren van de pas gelegde mijnen. Alles wordt ook voorbereid om de vele bruggen in het Leuvense op te blazen. Eén dag later worden de overgebleven Leuvenaars verplicht te vertrekken: de Duitsers zijn voorbij Diest geraakt en rukken nu met drie in Polen geharde divisies op naar de stad (de 14e Divisie via de Naamsesteenweg, de 19e Divisie via de Aarschotse- en de Diestsesteenweg en de 255e Divisie ten Noorden van Leuven). Rond 16 uur beginnen de Britten met het opblazen van de bruggen. In de vooravond proberen de eerste Duitse troepen reeds over de Dijle te geraken en het Leuvense station te veroveren. Ze ondervinden dat de verdedigingswerken heel wat sterker zijn dan verwacht. Britse en Belgische artillerie – samen maar liefst bijna 300 stukken sterk – maakt bovendien elke Duitse troepenconcentratie moeilijk. De Duitsers hebben zelf nog geen artilleriesteun, waardoor besloten wordt te wachten op de komst van versterking.

Op 15 mei tasten de Duitsers het gehele front van de KW-lijn af, waarbij de Cointet-muur haar degelijkheid bewijst. In de voormiddag grijpen een reeks lokale gevechten plaats. Elementen van de 19e Divisie slagen erin het Leuvens stationcomplex met haar vele loodsen binnen te dringen, maar worden even later door de Royal Ulster Rifles bij een tegenaanval teruggedrongen.
Rond 13u30 proberen de Duitsers een doorbraak te forceren in Wilsele na een voorbereidend artillerievuur van twee uur. De Coldstream Guards lijden zware verliezen maar de Duitsers slagen niet in hun opzet. Nieuwe pogingen in de stationsbuurt mislukken eveneens en de Duitsers beseffen dat Leuven een harde noot om te kraken wordt.

De 16e mei wordt voor beide kampen vooral een dag van relatieve rust en reorganisatie. De Duitsers bereiden immers een groot maneuver voor om de volgende morgen met een massale gecoördineerde aanval de stad langs twee kanten te penetreren na zeer intensieve artilleriebeschietingen.
In Wijgmaal wordt wel gevochten: de fabriek van Remy vormt de scheidingslijn tussen de 3e Britse Divisie en de Belgische 5e Divisie. Op de toren van Remy staan zowel Belgische als Britse artilleriewaarnemers. Het Vierde Jagers te Voet verdedigt de fabriek en beschikt dus over een bruggenhoofd aan de overkant van de Vaart. Belgische artillerie maakt een nadering van het Remy-complex door elementen van de Duitse 255e Infanteriedivisie onmogelijk en weet ook een Duitse gemotoriseerde kolonne op de Aarschotsesteenweg uit te schakelen. Duits tegenvuur treft wel de Remy-fabrieken, maar lukt er niet in onze troepen te verdrijven. De Coldstream Guards komen ook nog maar eens onder druk, maar weten hun stellingen te handhaven.

En dan volgt op 17 mei de anti-climax: in de nacht van 16 op 17 mei wordt de stad verlaten door de Britten. Ook onze Belgische troepen trekken zich terug uit de KW-linie, dit tot grote ontgoocheling van de vele militairen die zich sterk voelen achter deze tot dan nauwelijks onder druk gekomen verdedigingslijn. De reden is eenvoudig: ten noorden van de stelling heeft Nederland zich net overgegeven en rukken sterke Duitse troepen op, en ten zuiden waren de Duitsers al enkele dagen eerder geslaagd in een doorbraak over de Maas bij Sedan. Een omsingeling dreigt en kan enkel voorkomen worden door terug te trekken achter de Schelde.
De stad ontsnapt door deze strategische beslissing aan zware artilleriebeschietingen, die alleszins onze stationsbuurt vandaag een heel ander uitzicht zouden hebben gegeven. In de nacht van 16 op 17 mei brandt wel nog de vrij nieuwe universiteitsbibliotheek uit. Bijna 900.000 boeken, waaronder ook vele kostbare werken, gaan in de vlammen op. Wie schuld draagt aan dit drama is tot op vandaag niet uitgemaakt, niettegenstaande een uitvoerig onderzoek door de Leuvense Procureur na de bevrijding. De Duitsers zijn ervan overtuigd dat de Britten geen fantastisch observatiepunt wilden achterlaten bij hun terugtrekking uit de stad en dat ze daarom de bibliotheek in brand staken. De Britten zijn ervan overtuigd dat Duitse artillerie, die vanaf de 14e mei regelmatig de stad beschoot, aan de basis ligt van de brand. Feit is dat heel weinig Leuvense kunstschatten van enige bescherming genoten toen de stad in het hart van een oorlogszone was terecht gekomen. Dat was overigens ook zo tijdens de bombardementen van mei 1944.

De Duitsers tellen meer dan tweehonderd gesneuvelden in het Leuvense – de cijfers van de 255e ID zijn niet bekend en de andere eenheden totaliseren er 209 van 14 tot 17 mei – en de niet gepubliceerde verliescijfers langs Britse zijde waren allicht van dezelfde orde.