Van de hieronder vertelde gebeurtenissen bestaat ook beeldmateriaal, door de Heverleese Film en Videogroep op DVD gezet.
Voor meer info hier rond kan me terecht op hun website www.skoop.be

De bombardementen op Leuven

Leuven bekleedt een vrij unieke maar weinig benijdenswaardige plaats in de geschiedenis: in beide wereldoorlogen werd een aanzienlijk gedeelte van de stad vernield.

In de eerste wereldoorlog veroorzaakte paniek bij het Duitse soldateska een brandstichting op grote schaal, willekeurige executies van Leuvense burgers, geweldplegingen en plunderingen. De paniek ontstond door de uitbraak van het Belgisch leger uit de Antwerpse vesting, waarbij het op 25 augustus 1914 de Leuvense stadspoorten al tot op nauwelijks 10 km genaderd was. In het schemerduister geloste schoten werden toegeschreven aan vermeende vrijschutters en algauw viel de stad ten prooi aan rabiate antiterreurmaatregelen. Na een inferno van meer dan één week was uiteindelijk bijna één derde van de stad in as gelegd. Meer dan tweehonderd Leuvenaars hadden het leven verloren en 650 anderen waren afgevoerd naar Duitsland. En Leuven werd als martelaarstad een begrip in de internationale pers, niet zonder belang voor de beeldvorming over het conflict in toenmalig nog neutrale landen zoals de Verenigde Staten. Met de restauratie van het Martelarenmonument in het vooruitzicht zullen we hierop nog uitvoerig terugkomen.

In de tweede wereldoorlog zorgden diverse bombardementen ervoor dat een groot deel van de nauwelijks weeropgebouwde stad terug tot puin verviel. De eindbalans woog bijzonder zwaar: enkele honderden burgers lieten het leven en meer dan vijftig bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen sneuvelden. Het hoofdobjectief van de geallieerde bombardementen op Leuven - de ontwrichting van het spoorwegverkeer naar Frankrijk in het kader van een nakende invasie - werd bovendien niet bereikt.

1. De Duitse bombardementen in mei 1940

10 mei 1940. Bij het krieken van de dag scheren enkele Duitse jachtvliegtuigen laag over de Hagelandse velden in de buurt van Leuven. In Lubbeek trekt een landbouwer met paard en kar naar zijn veld, onbewust van de pas uitgebroken oorlog. Eén van de Duitse piloten merkt de landbouwer op en besluit zijn schietvaardigheid uit te testen. Enkele minuten later is het eerste slachtoffer gevallen, volstrekt zinloos.

Diezelfde dag vallen de eerste bommen op het Leuvense. Rond 18 uur lanceert een staffel Stuka's een tiental bommen op de Tiense Poort en de nabijgelegen brug over het spoor. Eerder op de dag - rond 14 uur - werden de buitenwijken van de stad en het rangeerstation gebombardeerd door Stuka's. Er vielen maar liefst 101 doden en bijna 250 gewonden. De aangerichte schade was aanzienlijk: 75 huizen waren volledig vernietigd en 233 zwaar beschadigd. De Territoriale Burgerwacht - 350 manschappen sterk maar slecht uitgerust - deed alles wat maar mogelijk was met het weinige materiaal dat het bezat

Leuven maakte deel uit van de verdedigingslijn tussen Koningshooikt en Waver. Door de Duitse inval werd de Belgische neutraliteit de facto geschonden en was er geen beletsel meer om Britse troepen in versterking te laten aanrukken tot aan de KW-lijn.

Op 14 mei begon een meerdaags duel tussen Duitse en Britse artillerie. De Duitse artillerie was opgesteld in Korbeek-Lo en Lovenjoel. Enkele dagen later - in de vroege morgen van 17 mei - ging de universiteitsbibliotheek met 900.000 boeken in vlammen op. De Duitse propaganda onder leiding van Goebbels, die zelf naar Leuven kwam, zag er een Engelse oorlogsmisdaad in. De bibliotheek werd echter meer dan waarschijnlijk het slachtoffer van Duits geschut, temeer daar het de Duitsers niet ontgaan was dat de toren van de bibliotheek uitstekende observatiemogelijkheden bood aan de Britse waarnemers. De verwoesting van de bibliotheek zou later door de Belgische regering als oorlogsmisdaad voorgelegd worden op het proces van Neurenberg.
Diezelfde dag rukten de Duitsers Leuven binnen en begon voor de Leuvense bevolking een bezettingsperiode van meer dan vier jaar.

2. De eerste geallieerde bombardementen

In de eerste oorlogsjaren concentreerde het Bomber Command van de Royal Airforce zich op Duitsland. Niettemin werd het Leuvense reeds vroeg geboekstaafd als een interessant doelwit: een groot rangeercomplex ten noorden van de stad en twee grote werkplaatsen voor spoorwegmateriaal - de Ateliers de la Dyle langs de Vaart en de Centrale Werkplaatsen in Kessel-Lo - waren niet te versmaden. De Leuvenaar werd zich ook snel bewust van het gevaar. Verduisteringsmaatregelen werden reeds kort na de bezetting uitgevaardigd. De constructie van een groot aantal schuilkelders werd aangevat en de stad werd bezaaid met zandhopen om brandbommen snel te kunnen smoren.

   Wilsele - 26 september 1941

Boven Wilsele werden in moeilijke weersomstandigheden een vijftiental bommen gelost door een Wellington-bommenwerper. Enkele huizen werden vernietigd, maar er waren gelukkig geen slachtoffers.

   Kessel-Lo - 20 maart 1943

De Centrale Werkplaatsen in Kessel-Lo werden het doelwit van enkele snelle Mosquito's. Alles gebeurde in een oogwenk. Er vielen een tiental doden in de "central" en de volksrijke buurt . Twee van de zes voor deze operatie ingezette Wooden Wonders keerden niet terug tot hun basis. Een vijftiental huizen werden vernield.

   Leuven, Kessel-Lo en Heverlee - 26 april 1944

Op 26 april 1944 wordt het ernst voor Leuven. De onrust was reeds sterk gegroeid: één maand eerder had de RAF een honderdtal bommenwerpers naar Kortrijk gestuurd met 252 omgekomen burgers tot gevolg en sedertdien was het duidelijk geworden dat het spoorwegverkeer naar de mogelijke invasiestranden zoveel mogelijk ontwricht ging worden door nieuwe luchtaanvallen in bezette gebieden. De BBC maakte hierover trouwens geen geheim en werd, alhoewel verboden, druk beluisterd.

Een dozijn Amerikaanse B-26 Marauders bombardeerde de Leuvense spoorinfrastructuur. Het vormingsstation kreeg rake klappen, maar vooral de volksrijke woonwijken van Blauwput liepen zware schade op. Enkele bommen vielen verspreid in de stad zelf, ondermeer op de Bondgenotenlaan en de Diestse straat.
In verhouding tot de aangerichte schade was het aantal slachtoffers miniem. Er vielen slechts een tiental doden.
Bombardementen op Mechelen één week eerder maakten dat een groot deel van de meest bedreigde bevolking reeds haar heil had gezocht in veiliger gebieden. Overigens dienden opvangmogelijkheden buiten de stad in regel duur betaald te worden indien familie of vrienden geen soulaas konden bieden. Een maandbedrag van 1.500 BEF voor twee kamertjes op den buiten was niet ongewoon

De Heilig Hart-kerk te Blauwput werd door een bom getroffen met aanzienlijke schade tot gevolg. Geen enkel heiligenbeeld bleek echter beschadigd te zijn, zodat vele parochianen door dit mirakel in hun geloof versterkt werden. 150 huizen waren volledig vernield, ongeveer 300 zwaar beschadigd en meer dan 700 licht.

Duitse soldaten werden ingezet vanuit Brussel en Antwerpen in versterking van de hulpdiensten. Om diefstal te voorkomen werd ook in een strenge bewaking van geteisterde gebouwen en woonwijken voorzien. Er werd namelijk reeds snel vastgesteld dat sommige "vrijwillige hulpverleners" er eerder op uit waren de schamele overblijvende bezittingen in te palmen van uitgebombardeerden.

De Secretaris-generaal van wederopbouw bezocht het geteisterde Leuvense reeds op 27 april. Burgemeester Meurrens kreeg een uitgebreide volmacht om alle lege en beschikbare vertrekken op te eisen om hierin daklozen onder te brengen. De woning van de Burgemeester zelf was overigens ook vernield, waarbij zijn vijftienjarige dochter als bij wonder levend van onder het puin kon gered worden.In één straat was een moeder met haar negen kinderen gebleven die bij het eerste alarm naar een schuilplaats achteraan in de tuin was gesneld, omstandigheid waaraan ze alle tien het leven hadden te danken, want hun woning stortte volledig in.

De uitvoering van dit bombardement was toevertrouwd aan het Amerikaanse 409th Bombardment Group, behorende tot de 9th Air Force. Het trad voor het eerst in actie op 13 april 1944 en was dus relatief onervaren. We citeren uit de annalen van deze eenheid: The superstitious men were sweating this mission - number 13. Target was a key Belgium marshaling yard. Flak was weak and inaccurate. A second pass at target was necessary but on this second pass the Group dumped one hundred and fourteen of our best 500lb Gen. Purpose Bombs.
Although the Group had no photo coverage, crew reports offer evidence of the results. Said Sgt. Ted Hiller tunnel gunner of "Dot for Dash", "The flak was inaccurate. It was white and fuzzy looking. I saw some bombs hit some buildings and trains and blue flames shot up a couple of hundred feet into the air." Lt. Richard L. Gates added, "There wasn't much flak but it was too much anyway. The bombs led right into the target. It was well hit." Said Lt. Larry W. Smith, "The bombs hit the S choke point and over. It was a good concentration." Lt. Tom Beckett added this comment, "I saw bombs burst all over the southern half of the target area." 3 a/c damaged, 2 category "A" and 1 category "B".

3. De bombardementen van mei 1944

    Leuven, 1 mei 1944

Op 1 mei vond in de vooravond opnieuw een bombardement plaats op de Leuvense spoorinfrastructuur en -werkplaatsen. De uitvoering was opnieuw in handen van Amerikaanse B-26 Marauder-bemanningen en duurde nog geen tien minuten. Het was nog niet donker en het stationsgebouw van Leuven vormde een goed mikpunt. Vlakbij het station - richting Luik - werd tweederde van de sporen opgebroken. Eén trein werd getroffen. Bommen troffen ook de Ateliers de la Dyle en de Centrale Werkplaatsen te Kessel-Lo.

Onvermijdelijk was er weer collateral damage:. in Kessel-Lo en haar Blauwputwijk werden meer dan 200 woningen vernield en in de stad zelf werden achtentwintig woonhuizen vernield, allen door de lading van één bommenwerper, afgeworpen vanaf de Justus Lipsiusstraat over de Maria-Theresiastraat en de Bondgenotenlaan tot aan de Diestsestraat.Een tiental burgers verloren het leven, net zoals een tiental spoorwegmannen en een vijftal Duitsers.De meeste doden vielen in de Centrale Werkplaatsen, waar de burelen, de magazijnen en de ketelmakerij getroffen werden. De vijf Duitsers en zes van de spoormannen lieten er het leven.
De Passieve Luchtbescherming deed die dag één van haar meest opgemerkte interventies en kon zeer veel levenden onder de ruïnes van hun woningen redden

Aangezien de schade aan de spoorinfrastructuur zelf eerder beperkt was, werd dit bombardement slechts een prelude voor de veel zwaardere bombardementen later in de maand.

   Leuven, 12 mei 1944

In het dagboek van Bomber Command staat summier voor deze dag het volgende vermeld: "126 Lancasters and 6 Mosquitos of Nos 3 and 8 Groups attacked the railway yards at Louvain near Rennes (?) but the main weight of the bombing hit the railway workshops and nearby storage buildings. 4 Lancasters lost."

Twee andere doelwitten in België diezelfde dag werden gevormd door het militair domein van Leopoldsburg - destijds een groot opleidingscentrum van de Wehrmacht - en de spoorweginfrastructuur van Hasselt. Terplaatse werd een dikke mist vastgesteld, waardoor beide Limburgse doelen voorlopig ontsnapten aan een intense bommenregen. In Leuven was echter geen mist en, in tegenstelling tot eerdere bombardementen, werden ditmaal de grote middelen ingezet. Doel: de grote rangeerterreinen ten noorden van het station.
Op 11 mei omstreeks halfelf 's avonds vertrokken de toestellen van 8 Group -Pathfinders en van 3 Group (met toestellen van de Squadrons 15, 115, 514, 622 en het Nieuw Zeelandse 75 Squadron). Om middernacht traden de alarmsirenes te Leuven in werking.
Nauwelijks drie minuten later verschenen de eerste Mosquito's boven het donkere doelgebied en dropten om beurt hun doelmarkeerders
Enkele minuten later kwamen 9 Avro Lancasters ter plekke, ieder met een zeer ervaren bemanning aan boord. In één van deze toestellen zat de Master Bomber, die gedurende de gehele operatie boven het doelgebied het bombardement in goede banen moest leiden. Eerste opdracht: het doelgebied verlichten via aan kleine parachutes bevestigde lichtfakkels en nagaan in welke mate de eerder afgeworpen doelmarkeerders goed geplaatst waren. De best geplaatste kon dan als basis voor verdere actie gebruikt worden.
Om 00u11 verscheen een groep van 24 Pathfinder-Lancasters boven Leuven. Geladen met 500 ponders was het de bedoeling dat deze bemanningen op basis van de eerder geloste doelmarkeerders en de richtlijnen van de Master Bomber het doelgebied goed zouden treffen, waardoor de minder ervaren hoofdmacht later probleemloos haar lading trefzeker zou kunnen lossen.Er was echter nog geen goede doelmarkering op dat ogenblik - de Master Bomber had net zijn eigen doelmarkeerders geplaatst die achteraf niet bijster goed gericht bleken te zijn. Bovendien hadden tevoren enkele Lancasters met een voor Hasselt bestemde bommenlading na de afgelasting van hun opdracht niet beter geweten dan deze gauw te komen lossen op het Leuvense, liever dan een zware terugvlucht te riskeren. Zij losten hun lading op basis van de eerste door Mosquito's geplaatste doelmarkeerders, zonder instructies van de Master Bomber af te wachten. Voor de Pathfinders werd een precisiebombardement een onmogelijke opdracht.
De hoofdmacht kwam enkele minuten later, zag diverse vlammenzeeën - onder andere van een aan de Vaart getroffen olieopslagtank - en liet een bommenregen neerkomen op de omringende zwarte gebieden.Enkele markeerfakkels waren op het dorpscentrum van Wilsele gevallen, dat even later de volle laag kreeg.

De schuilkelder van het Heilige Geestcollege in de Naamsestraat kreeg een voltreffer met een dertigtal doden tot gevolg.
De stevige muren van de abdij van Keizersberg stonden borg voor de veiligheid van ongeveer driehonderd mensen, zowel geestelijken als niet-geestelijken. De abt tekende het volgende in zijn dagboek op: "… nauwelijks waren we in de kelders afgedaald, toen de bommen kort na elkaar begonnen te vallen . Gedurende 35 minuten volgde de ene ontploffing op de andere in een hels ritme… De muren werden dooreen geschud door felle schokken zoals bij een aardbeving. Elk ogenblik verwachtten wij dat het gewelf zou instorten. Elk ogenblik zagen we ons bedolven onder het puin van het gebouw waar van de totale vernietiging ons onvermijdelijk bleek. En deze afschuwelijke indruk werd nog versterkt, toen we het gevoel hadden dat de vliegtuigen ONS als doelwit hadden en voortdurend naar ons terugkeerden.
In de eerste kelder, waar vooral vrouwen en kinderen zaten, waren de opwinding en de angst onbeschrijfelijk. Bij elke explosie stegen angstkreten en geween op, terwijl de paters vruchteloos trachtten de vluchtelingen te bedaren door met luider stem te bidden. … In de gangen en in de badzalen werden de ramen spoedig weggerukt, waardoor wolken fijn stof naar binnen sijpelden. Het ademen werd daar erg door bemoeilijkt. Door de explosie van twee bommen tegen de gevel van de abdij, werden alle glasramen in de crypte verbrijzeld. Door een ware tussenkomst van de Voorzienigheid hadden we geen enkel dodelijk ongeval te betreuren. In de openbare schuilkelder liep zelfs niemand een enkele schram op.Monniken en burgers die in de crypte toevlucht gezocht hadden, werden licht gekwetst door glasscherven. Een klein kind van drie maanden werd geraakt en stierf drie dagen later: zijn vader, een geneesheer, had wegens de duisternis niet gezien dat het kind bloedde…"
Om 00u29 verlieten de laatste toestellen het doelgebied. Ze zouden ongeveer anderhalf uur later op hun thuisbasis landen. Een flink deel van het Leuvense stond in brand, die zelfs vanuit het Brusselse zichtbaar was.
Vier Lancasters gingen verloren, waarbij alle bemanningsleden het leven lieten. Een eerste Lancaster was op de heenvlucht getroffen boven Aardenburg in Nederland , vermoedelijk door FLAK (Fliegerabwehrkanone). Twee Lancasters kwamen neer in Wilsele, vermoedelijk na een onderlinge botsing, waarbij één van deze toestellen een vreemde eend in de bijt was: het behoorde tot de groep van het afgelaste bombardement op het kamp van Leopoldsburg. De brokstukken van één Lancaster kwamen neer in de Leuvense Brouwersstraat en omgeving. Dit laatste toestel was een slachtoffer van de Duitse Nachtjagd. De lijken van de bemanningsleden werden de volgende dag aan de toevallige Leuvense passanten tentoongesteld in de Ierse Predikherenstraat aan de poorthal. Een vijfde Lancaster stortte op de thuisvlucht neer in Rixensart. Ook dit toestel was door de Nachtjagd neergeschoten, maar alle bemanningsleden konden het tijdig verlaten. Vier onder hen werden vervolgens gevangen en de overige drie konden met behulp van het verzet Engeland bereiken.

De twaalfde mei in de voormiddag nam een Spitfire de nodige foto's voor een goede eindbeoordeling van de aangebrachte schade. Wat de debriefings en reeds tijdens de bombardementen genomen foto's lieten vermoeden werd bevestigd: de bommen waren erg verspreid terecht gekomen, de meesten ten westen van het doelgebied op Wilsele en het noorden van de stad (Vaart). Enkele bommen bleken zelfs tot op 10 mijl van het centrum van het doelgebied terecht gekomen te zijn. De schade aan de spoorweg- infrastructuur zelf was teleurstellend.

   Leuven, 13 mei 1944

De teleurstellende resultaten van het op 11 mei ingezette bombardement kregen al snel een gevolg. Het dagboek van Bomber Command vermeldt één dag later opnieuw een actie op Leuven: "Louvain: 120 aircraft - 96 Halifaxes, 20 Lancasters, 4 Mosquitos - of 6 and 8 Groups. 3 Halifaxes and 2 Lancasters lost. The bombing was more accurate than on the previous night and considerable damage was caused in the railways yards."

Omstreeks 22 uur stegen de toestellen van de RCAF 6 Group op van hun respectievelijke basissen in het Zuidwesten van Engeland. De Canadese squadrons 419, 420, 425, 426, 427, 429, 431 en 432 waren aan zet.Na het laatste bombardement op Leuven was het alarmsysteem in onbruik geraakt door onderbrekingen in de elektrische leidingen. Alzo konden slechts enkele handsirenes de mensen verwittigen van het komende tweede bombardement in twee dagen, dit enkele minuten voor middernacht.
De Mosquito's dropten de eerste markeerbommen om 00u26. Even later verlichtten hun fakkels de ganse stad. Een Pathfinder-squadron Lancasters zorgde enkele minuten later voor verdere doelmarkering. Dan kwam reeds het oorverdovend lawaai van de grote groep zware bommenwerpers van de hoofdmacht, doorkruist door het vuur van de Duitse luchtafweer. De gebouwen in de stad daverden op hun grondvesten en even later brak een inferno los, gevoed door ongeveer 110 ton zuivere springstof. Van 00u30 tot 00u42 losten een negentigtal bommenwerpers hun lading, steeds opgebouwd uit zware bommen van 500 of 1000 pond. De meeste bommen vielen tussen het vormingsstation en de Vaart. Ook Wilsele-dorp kreeg weer een flinke lading te verwerken.

Eén van de eerste treffers was voor de stedelijke gasfabriek. Het ging met een enorme steekvlam van wel een halve kilometer hoog de lucht in.Daken werden afgerukt, gebouwen vlogen in brand en muren stortten in. Door de grote luchtverplaatsing vlogen ver van de ingeslagen bommen deuren en vensters uit hun sponningen. Over de hele stad sneuvelden ruiten en een massa stof vulde de straten
De Canadezen verloren vijf toestellen. Een Lancaster werd op de heenvlucht geraakt, vermoedelijk door FLAK, en crashte te Lo-Reninge. De volledige bemanning kwam om.Een Halifax werd een tiental minuten voordat het Leuven zou bereiken neergehaald door een nachtjager. Het stortte neer in Londerzeel. Vier van de acht bemanningsleden overleefden.Op de terugvlucht werden drie toestellen neergehaald, allen als slachtoffer van dezelfde nachtjager. Het eerste, een Lancaster, werd boven Sint-Genesius-Rode neergeschoten. Geen enkel bemanningslid wist te ontsnappen. Even later werd boven Halle een Halifax doorzeefd. De boordnavigator wist als enige te overleven. Een derde bommenwerper, opnieuw een Halifax, stortte neer in Schendelbeke. Geen enkel bemanningslid wist te ontkomen. De betrokken nachtjager was Majoor Martin Drewes, die met 49 erkende overwinningen de oorlog zou overleven.
Een boordschutter in een Halifax van het 426 Squadron wist zelf een Duitse nachtjager neer te schieten. Deze Messerschmitt Bf 110 stortte neer in de buurt van Herne. De drie inzittentenden sneuvelden.
Tussen halfdrie en kwart na drie landden de terugkerende bommenwerpers op hun thuisbasis, een behoorlijk groot deel - 28 van de 109 toestellen van de hoofdmacht - met alle bommen nog aan boord. De chaos van de vorige nacht indachtig was namelijk bij de briefing duidelijk gesteld dat de doelzone tussen woonwijken lag en dat men enkel mocht bombarderen bij een duidelijke waarneming van de doelmarkeerders.
Niettegenstaande de omvang van de verwoestingen werkten inmiddels de manschappen van de Passieve Luchtbescherming onophoudelijk door en namen grote risico's om zoveel mogelijk levens te redden. Na twee helse nachten waren de formaties uitgeput maar fier over het geleverde werk.Duitse patrouilles en de politie zorgden voor de eerste bescherming van have en goed tegen plunderaars, waartegen ook Justitie snel en hard zou optreden. Reeds op 25 mei 1944 werden door het Belgisch gerecht vonnissen van 10 jaar dwangarbeid uitgesproken tegen tussen de puinen gevatte plunderaars.Gas en electriciteit waren de eerste dagen niet beschikbaar. Het drinkwaternet bleef gelukkig grotendeels intact.

   Balans van de bombardementen op 12 en 13 mei

In de morgen van 13 mei kwam opnieuw een Spitfire hoog overgevlogen. De meegebrachte foto's leerden Bomber Command dat de rangeerterreinen en de Ateliers de la Dyle grotendeels vernietigd waren, waardoor nieuwe acties niet meer overwogen werden. De betaalde prijs voor dit succes was zwaar. Leuven telde na het dubbelbombardement 160 doden en 208 zwaargewonden. Wilsele betreurde 73 doden en Herent 13 doden
Ook langs geallieerde zijde waren de verliezen niet gering: op beide nachten samen verloren 60 bemanningsleden het leven. Bomber Command zou overigens op het einde van de oorlog maar liefst 55.000 doden tellen op een effectief van 123.000 manschappen vliegend personeel.
Te Leuven waren 474 gebouwen volledig vernield, waarvan één universiteitsgebouw, drie kerken, twee scholen, zevenendertig fabrieken, twee gebouwen van stadsdiensten en één klooster. Maar liefst 1300 gebouwen werden zwaar beschadigd, waaronder vijf universiteitsgebouwen, één kerk, vier kloosters, acht fabrieken en zes openbare gebouwen (waaronder het Justitiepaleis en de Kleine Gevangenis). Een duizendtal gebouwen werd licht beschadigd.
Ook het patrimonium van Wilsele had zware schade: 183 volledig vernielde gebouwen, 280 zwaar beschadigde gebouwen en 150 licht getroffen panden.Te Herent werden 14 gebouwen volledig vernield, 58 zwaar beschadigd en 80 licht beschadigd.
Kessel-Lo had schade bij gebouwen die de bombardementen van 26 april en 1 mei hadden overleefd. Alle bombardementen in 1944 samen zorgden voor de vernieling van 634 woningen en voor het onbewoonbaar worden van 1.166 woningen op een totaal woningbestand van 4.223 woningen. Een groot gedeelte van Blauwput was verdwenen. De 15e eeuwse Kapel van Blauwput was zwaar beschadigd net zoals de Parochiekerk.
Het historische stadscentrum van Leuven werd zwaar getroffen. Het stadhuis ontsnapte bij wonder aan de totale vernietiging. Een zware bom scheerde langs de voorgevel van het stadhuis en belandde als blindganger langs de pui. Het stadhuis werd wel door de luchtdruk en de scherven van de overal in het rond inslaande bommen zwaar gehavend. Vele ornamenten en beeldjes op de gevel werden beschadigd of vernield.

De Sint-Pieterskerk kreeg een voltreffer met een puinhoop van meer dan tien meter hoog tot gevolg. Het verloor haar historische glasramen. Niettegenstaande talloze voorgaande bombardementen te lande bleven vele kunstwerken onbeschermd op hun getrouwe plaats opgesteld, iets wat in Duitsland toen al lang niet meer gebruikelijk was. Ook het zinnebeeld van de Leuvense Universiteit, Onze-Lieve-Vrouw op de Stoel der Wijsheid, beter gekend als Sedes Sapientiae, deelde dit lot. Het in de Sint-Pieterskerk staande beeld werd verbrijzeld. Beeldhouwer J. Van Uytvanck en sierschilder L. Van der Auwera, beiden Leuvense kunstenaars, zorgden voor een reproductie met gebruik van zoveel mogelijk oorspronkelijke elementen. Niet alleen dit beeld werd getroffen in de Maria-maand: de monumentale Madonna op de Keizersberg werd onthoofd.
De Foch-plaats heeft niet voor niets een quasi volledig na-oorlogs karakter. Vele gebouwen waren er tot puin herleid.

Ook de Oude Markt en de Grote markt werden zwaar getroffen. Het klooster en College der Jozefieten werd in puin gelegd. Het zou later heropgebouwd worden met een extra verdieping tussen gelijksvloer en zolder. Het politiekantoor op de Grote Markt was niet meer bruikbaar, zodat de politie voor geruime tijd haar intrek moest nemen in het Pauscollege.

De Sint-Michielskerk en Sint-Geertrui waren zeer zwaar beschadigd. De voorgevel en de muren van de Sint-Michielsklerk stonden nog recht, maar het dak was weg. De kerktoren van Sint-Geertrui stond nog recht, maar het schip was vernietigd. Het Justitiepaleis, de Stadsschouwburg, de Lakenhallen, het Heilige Geest-college, het Amerikaans College en vele andere gebouwen van historische waarde hadden treffers te verwerken gehad.
De opruimingswerken zouden nog maanden in beslag nemen. Veel van het geruimde puin kwam terecht in de zompige gebieden langs de 1 mei-laan te Kessel-Lo.

"Bevrijd ons van onze beschermers, bescherm ons tegen onze bevrijders." Zo klonk het al eerder bij de door de bevrijdingsbombardementen getroffen bevolking. De moeilijke oorlogsjaren met een benarde voedselbevoorrading en enkele erg koude winters deden menigeen snakken naar het einde van de bezetting en de mogelijkheid hiertoe kwam nu in zicht. Dit perspectief hielp deels het vele leed te verwerken.
Uiteraard maakte de Duitse propaganda dankbaar gebruik van de geallieerde bombardementen. De gecensureerde Belgische pers kon onbeteugeld berichten over de aangebrachte schade. En de stad kreeg van de Duitse overheid gezwind toestemming om de vele schade te laten filmen in een periode waarin het voor eenieder verboden was foto's te nemen.
Ook in het dagelijks leven kwamen gevolgen: de Militärverwaltung verordende reeds op 12 mei de sluiting van alle scholen in gemeenten met meer dan 20.000 inwoners. Ter compensatie van de verloren lesuren zouden de leerlingen huiswerk meekrijgen. Het onderwijzend personeel moest zich ter beschikking houden van de hulpdiensten. In alle openblijvende scholen moesten schuilloopgraven aangelegd worden met medewerking van de leerlingen van de hogere klassen. Overigens hadden verschillende Leuvense scholen voor het verschijnen van deze verordening reeds hun voorzorgen genomen. Het Sint-Pieterscollege bijvoorbeeld had haar lokalen tijdelijk verplaatst naar Vlierbeek en Linden.
Het spoorwegverkeer zou zeer snel weer opstarten. Het station, hoofddoel nummer één, had praktisch niet geleden. De eerste treinen reden reeds op13 meiHet bijzonder actieve plaatselijke verzet, de communistisch geïnspireerde Partizanen die het geregeld gemunt hadden op het ontwrichten van het spoorwegverkeer, reageerden bitter: "Met één duizendste deel van de kosten van zo'n raid hadden de partizanen zonder die enorme schade aan te richten en … zonder het leven van onschuldige slachtoffers in gevaar te brengen, duizendmaal efficiënter het spoorwegverkeer, de 'Formatie' en de 'Central' en alle andere bedrijven kunnen saboteren. Men vertikte het echter om ons de nodige wapens en springstoffen te bezorgen" (uit: Partizanen in Vlaanderen, door Louis Van Brussel).
Op 21 mei vraagt Kardinaal Van Roey via een ook in alle parochies voorgelezen herderlijk schrijven aan de regeringen van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten van Amerika de stopzetting van de bevrijdingsbombardementen.

    Leuven, 25 mei 1944

Leuven en omstreken worden licht gebombardeerd, vermoedelijk door toestellen van het 331ste squadron van de Amerikaanse 94th Bomb Group, dat een missie op Brussel vloog.Eén 1000-ponder bom sloeg tegen de Diestsesteenweg zonder te ontploffen, kaatste terug tegen de gevel van een woning en bleef op een hoogte van twee verdiepingen in de muren hangen. In het Leuvense vallen vier doden. Op deze dag vallen eveneens door bombardementen meer dan 100 doden te Luik en 75 te Charleroi.

4. Opnieuw Duitse bommen

Leuven werd bevrijd op 4 september 1944. Bommen uit het geallieerde kamp waren niet meer te verwachten. De frontlijnen gingen snel richting Duitse grens en nieuw oorlogsleed werd niet meer verwacht. Vooraleer de oorlog formeel tot een eind kwam zou het Leuvense evenwel nog driemaal getroffen worden door Duitse V-bommen.

Op 29 november 1944 valt een V-1 in de tuinen van het Farmaceutisch Instituut van de universiteit. Er zijn zeven doden en meer dan zestig gewonden. Vierendertig huizen zijn vernield en tweehonderd zevenenvijftig zijn zwaar beschadigd.

Op 1 januari 1945 omstreeks acht uur verrasten enkele Duitse jachtbommenwerpers de Leuvenaars bij hun ontbijt. In het kader van de operatie Bodenplatte, een verrassingsaanval waarbij ongeveer 1.100 Focke Wulfs 190 en Messerschmidts Bf 109 het vooral gemunt hadden op geallieerde vliegvelden, kreeg ook de Leuvense spoorformatie bezoek. De ganse voormiddag brandde en knalde het er.

Nauwelijks één dag later, op 2 januari 1945, valt een tweede V-1 op het Leuvense, ditmaal in de Vital Decosterstraat. Weer zijn er zeven doden, tevens ook twee gewonden. Zes huizen zijn vernietigd, zestien zijn zwaar beschadigd en vijfenvijftig licht.

Op 8 februari 1945 valt een derde en tevens ook laatste V-bom op het Leuvense, ditmaal in de buurt van de gemeentelijke feestzaal "Het Bad" te Kessel-Lo. Er zijn zeven doden en zeven gewonden. Eén van de doden was een 25 jaar jonge leerkracht van en op weg naar de Sint-Augustinus jongensschool. Het laatste slachtoffer is gevallen, volstrekt zinloos.